Het kwartje viel diep tijdens het zingen van het zegenlied ‘Voor altijd’.
Recht voor me zat het stralende bruidspaar. Aan het begin van de rest van hun leven samen. Geluk vierend. Rechts voor me zat een stel waarvan de vrouw net gehoord had dat ze kanker had. Aan het begin van een heel moeilijk behandelproces waarvan de uitkomst niet zeker was. Verdrietig. Links voor me zat een stel met hun ernstig zieke zoontje. Een jongetje dat aan het begin van zijn leven al in veel ziekenhuizen geweest is. Schrijnend.
“Hij zegent jou, Hij zegent jou
Hij zegent jou, Hij zegent jou
Hij zegent jou
Voor altijd”
Al zingend keek ik van mens naar mens, van situatie naar situatie, van verhaal naar verhaal…
en ondanks dat ik slechts 3 verhalen kende, besefte ik het opeens meer dan ooit: één zaal met publiek vertegenwoordigt ontzettend uiteenlopende verhalen van hele verschillende mensen. In zulke verschillende levensfases. Gelukkig en ongelukkig. Gezond en ongezond. Samen en eenzaam.
Na dit besef heb ik het lied met een brok in mijn keel afgemaakt.
“God is voor je en achter je
God is in je en om je heen
God is onder je en boven je
Altijd
Hij zal je wijzen welke weg je gaan moet
en onderweg zal Hij jou beschermen
Schuil maar bij Hem als er een storm woedt
Hij zal zich over jou ontfermen
God is met jou, voor altijd”
Niet voorbij gaan aan de verschillende mensen die voor me zitten. Niet aan stralend geluk, niet aan anoniem verdriet. Dat is vanaf dat moment mijn uitdaging geworden tijdens optredens.
Makkelijker gezegd dan gedaan, hoor. Maar gelukkig hoef ik het niet alleen te doen.